Skip to main content

De Noorse staafkerken zijn de oudste bewaard gebleven houten kerken binnen het christendom. De meeste staafkerken waren eigenlijk vrij eenvoudig, maar sommige hebben een gedetailleerd ontwerp en complex houtsnijwerk.

Vikingerfgoed 

Tijdens de middeleeuwen werden er in heel Europa enorme stenen kathedralen gebouwd. In Noorwegen, al was het op kleinere schaal, werd er een vergelijkbare techniek gebruikt om met hout te bouwen.

De houten deuren en sierlijsten van de kerken bestaan vaak uit prachtig houtsnijwerk. De versieringen zijn een intrigerende combinatie van christelijke motieven en wat vaak wordt aangenomen als prechristelijke vikingthema's met dieren en draken.

De uitstekende houtbouwtechnieken en houtsnijtradities van de Vikingen die werden gebruikt bij de bouw van schepen en huizen, zijn doorontwikkeld en vaak te zien in staafkerken.

Er zijn verschillende soorten staafkerken, maar wat ze allemaal gemeen hebben, zijn de hoekpalen ('staven') en een raamwerk van hout met muurplanken die op dorpels staan. Deze muren staan bekend als staafmuren, vandaar de naam staafkerk.

Er is reden om aan te nemen dat veel staafkerken zijn gebouwd op heilige Noorse grond. Vroeger had het Asengeloof geen gebedshuis en vond het belijden van de Noorse godsdienst buiten plaats bij heilige boomgaarden, bij een altaar of bij een heidense hov. De hov was vaak de grote kamer of de hal van de rijkste boer van het dorp.

Waar zijn de staafkerken te vinden?

Ooit stonden ze overal in Noorwegen, maar tegenwoordig zijn er nog maar 28 grote en kleine staafkerken die min of meer in goede staat verkeren.

Wil je de best bewaarde staafkerk zien, ga dan naar de staafkerk van Borgund in Lærdal in Fjord-Noorwegen. Maar ook in Heddal in Telemark kun je een mooi voorbeeld zien van een gedetailleerde staafkerk. Of wat dacht je van de gereconstrueerde staafkerk in Fantoft in Bergen en de staafkerk van Urnes die op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat, om er maar een paar te noemen.

Een staafkerk werd vanuit Gol overgebracht naar het Norsk Folkemuseum, het Noors volksmuseum, in Bygdøy even buiten Oslo, waar de kerk in z'n vermoedelijke oorspronkelijke staat is hersteld en tegenwoordig te zien is. Ook in openluchtmuseum Maihaugen in Lillehammer kun je een kleine staafkerk bekijken die eerst in Garmo stond.

Maar dit zijn niet de enige kerken die in de loop der jaren zijn verplaatst.

Het einde van de staafkerken

Staafkerken zijn niet altijd zo gewaardeerd als tegenwoordig. Aan het begin van de 19e eeuw waren de meeste staafkerken verdwenen. In 1851 bepaalde een nieuwe wet dat alle kerken voldoende ruimte moesten bieden om er 30% van de plaatselijke bevolking in onder te brengen. Door de snelle bevolkingsgroei werden toen veel van de laatst overgebleven staafkerken te klein. Er werden nieuwe, warmere en lichtere kerken gebouwd die al snel populairder werden dan de oude staafkerken, omdat die koud en donker waren.

Dit leidde tussen 1851 en 1890 tot de sloop of verkoop van veel staafkerken. Het massieve hout werd vaak hergebruikt in andere gebouwen. Maar gelukkig waren er mensen die de waarde van deze oude staafkerken inzagen en zich inzetten om ze te behouden.

De beschermer van de parochiekerk van Vang

Eén van de kerken die behouden is gebleven is de prachtige parochiekerk van Vang - de meest bezochte staafkerk ter wereld. Grappig genoeg staat deze Noorse kerk tegenwoordig helemaal niet meer in Noorwegen, maar in Polen!

De held van dit verhaal is Johan Christian Clausen Dahl, een schilder uit Bergen die de eerste Noorse hoogleraar kunstgeschiedenis werd. Hij speelde een centrale rol bij de oprichting van wat nu Fortidsminneforeningen heet (de vereniging voor het behoud van oude Noorse monumenten), en die was erg belangrijk in het proces rondom het behoud van Stavenkerken. Hij schreef een erg waardevol artikel over het unieke karakter, de oorsprong van staafkerken en over hun 'echt fantastische vormen', wat hielp om de laatst overgebleven kerken te redden. Ook introduceerde hij de geschiedenis van deze unieke gebouwen bij zowel een breder publiek als bij Europese kunsthistorici.

Dahl kocht uiteindelijk de parochiekerk van Vang op een veiling en wist de koning van Pruisen ervan te overtuigen de kerk naar Berlijn te verplaatsen. De staafkerk werd daarna stukje voor stukje afgebroken en met behulp van paardensleeën naar schepen gebracht en naar het zuiden verscheept. Een jaar later eiste de koning dat de kerk zou worden herbouwd in Neder-Silezië in Polen, in wat nu de stad Karpacz is.

Al is de kerk onderweg wat van z'n Noorse erfgoed verloren, staat één ding vast: als Dahl de staafkerk toen niet had gekocht, dan zou die verloren zijn gegaan.

Open voor het publiek

Tegenwoordig staan er nog maar 28 historische staafkerken. Zoals je kunt zien op de onderstaande kaart, ligt het merendeel daarvan in het binnenland van Oost-Noorwegen en in Fjord-Noorwegen.

De meeste zijn in de zomer open voor het publiek, en andere kun je dan weer het hele jaar door bezoeken.

Verken de staafkerken in Noorwegen

Wandel even door de geschiedenis

Ontdek de Noorse geschiedenis en tradities op jouw manier. Filter je zoekopdracht en bekijk de onderstaande aanbiedingen.

Recent bekeken pagina's